|
Van Adam Smith naar de praktijk Terug in Nederland heb ik mijn verzamelde marktgegevens gebruikt om de kosten te berekenen van binnenlandse productie tegenover de import van plantaardige olie. Hiervoor heb ik gebruik gemaakt van enkele basistheorieën binnen de internationale economie over comparatieve voordelen en importsubstitutie. Deze theorieën zijn, gedeeltelijk al meer dan twee eeuwen terug, ontwikkeld door grote economen zoals Adam Smith (1723) en David Ricardo (1772) en Raul Prebisch (1901).
Het leuke van mijn afstudeeronderwerp vond ik de directe link tussen theorie en praktijk die je vaker ziet in Wageningen. Aan de ene kant heb ik mij verdiept in enkele basistheorieën en modellen van internationale handel. Aan de andere kant vroegen de mensen van het koolzaadproject regelmatig of ik al resultaten had en of ik al wist of hun project economisch zinvol was. Je merkt aan de reacties in het buitenland dat wanneer je als student uit Wageningen komt je kwalitatief erg hoog wordt geschat. Wageningen University staat overal in de wereld bekend vanwege haar grote naam op gebied van internationale ontwikkeling en haar praktisch toegepaste onderzoek.
Studie Door de kleinschaligheid van Wageningen University heb je met veel docenten direct en persoonlijk contact, wat mij erg aansprak. Ik heb soms vakken gevolgd met maar vijf of zes studenten. Daardoor leerde je veel meer dan in een grote collegezaal en daar haalde ik veel inspiratie uit. Ook ontmoet je gemakkelijk veel docenten en studenten uit andere disciplines.
Naast de vakken ontwikkelingseconomie heb ik vakken bij de leerstoelgroep geschiedenis gevolgd over de internationale graanhandel en de ontstaansgeschiedenis van de EU. Andere inspirerende vakken kwamen vooral uit het cluster ‘international bussiness administration’. Deze vakken zijn gericht op innovatie binnen het bedrijfsleven en het economisch beleid van organisaties als de EU, de wereldbank en de Wereld Handels Organisatie (WTO).

Toekomstplannen Binnenkort eerst maar eens afstuderen en daarna wil ik naar het buitenland. Graag zou ik verder werken aan de opbouw van een oliepersfabriek in Mongolië, maar het kan net zo goed een ontwikkelingsproject zijn in Afrika of Zuid-Amerika. Ik heb ook gedacht over een promotieplaats ergens aan een Universiteit in Nederland of in het buitenland, maar dat doe liever na een paar jaar werkervaring. Dan heb je veel meer kennis en inspiratie voor een promotieonderzoek. Ontwikkelingsbeleid vind ik erg interessant, dus als iemand van de VN, Wereldbank of het het Ministerie van Buitenlandse Zaken belt ben ik natuurlijk ook beschikbaar!
|